Voorpublicatie uit België Gestript

Voorpublicatie uit België Gestript

01/10/2014 Voorpublicatie uit België Gestript
Hemelbestormers
Een voorpublicatie uit België Gestript
 
Buck Danny
En plots moest elk stripweekblad er eentje hebben. We schrijven 1947. De Belgische scenarist Jean-Michel Charlier komt op de proppen met een nieuwe reeks die zich vooral in de lucht afspeelt en waarin heldhaftige piloten centraal staan. Het is Spirou/Robbedoes die de reeks, met tekeningen van Victor Hubinon, meteen wil publiceren. Buck Danny luidt de naam. De spannende avonturenreeks is dan nog helemaal pro-Amerikaans, anti-Japans en zit vol oorlogsretoriek. Het wordt een instant succes. Concurrent Tintin/Kuifje kijkt knarsetandend toe en bereidt een soortgelijke reeks voor. In 1954 publiceert men er Dan Cooper, een door Albert Weinberg geschreven en getekende reeks over een Canadese militair en ruimtevaarder. Andere stripbladen konden niet achterblijven. In het Franse Pilote verschijnt in 1959 Tanguy en Laverdure. Opnieuw een product van Jean-Michel Charlier, maar ditmaal ging hij in zee met een Fransman: Albert Uderzo. Die bekende later dat hij eigenlijk meer hield van zijn reeks Asterix, die ook op dat moment liep. Maar hij moest wel. Pilote, het blad dat hij samen had opgericht met Charlier en René Goscinny had nieuw bloed nodig. En dus zag Uderzo zich verplicht een tandje bij te steken.

Dat Charlier twee pilotenreeksen op zijn naam had staan, was geen toeval. In een ver verleden was hij piloot geweest voor Sabena, de vroegere nationale luchtvaartmaatschappij. Volgens collega-scenarist Greg had het personage Mick Tanguy meer overeenkomsten met zijn schepper dan Charlier zelf besefte. "Volgens mij is Tanguy een oude droom van hem. Hij dénkt misschien dat hij Tanguy niet is, maar hij is hem wel. Toen Charlier 25 was, was hij niet zo dik als nu. Toen was ie slank, zag ie eruit als een filmster en was ie piloot."
Na Uderzo nam Jijé de tekenaarsfakkel over van Tanguy en Laverdure. "Omdat Dargaud me dat vroeg. En omdat ik werk zocht, heb ik het maar gedaan. Dat was overigens juist in de tijd dat er ook films over Tanguy en Laverdure werden gemaakt." In Nederland verscheen de reeks ook in Pep en Eppo. Dat laatste stripblad lanceerde in 1977 uiteindelijk ook een eigen pilotenreeks: Rud Hart van de Vlaming Gilbert Declercq. Nog zo'n gepassioneerde luchtvaartfan. Toen hij vijftien was, debuteerde hij al met een docustrip over het supersonische onderzoeksvliegtuig D-558-2 Skyrocket. Declercq wilde het anders aanpakken dan zijn voorgangers en zocht zijn heil in een zogenaamde burgerversie van Danny, Tanguy, Laverdure en Cooper. Hij waakte erover dat zijn titelheld allesbehalve gelijkenissen zou vertonen met de onverschrokkenheid en koelbloedigheid van voornoemde heren.  Buck Danny-tekenaar Victor Hubinon – die overigens ook een verleden als piloot had – had het graag zelf zo aangepakt. "Buck Danny is te volmaakt", liet hij zich ooit ontvallen. "Hij is het typische voorbeeld van de klassieke held, en een held is niet amusant. Als ik de serie mocht overdoen, zou ik een meer menselijke held nemen, zoals Blueberry van Giraud."

Al deze luchtvaartreeksen waren elkaars concurrenten, of tenminste voor hun uitgevers of de stripbladen waarin ze verschenen. Onderling hadden de auteurs eenzelfde passie voor de luchtvaart en hielden ze er vriendschapsbanden op na. Dat viel zelfs op te merken bij hun papieren helden. Tot tweemaal toe doken Tanguy en Laverdure op in een Buck Danny-verhaal, terwijl die laatste ook op zijn beurt in een Tanguy en Laverdure terechtkwam. Er waren ook gelijkenissen tussen de hoofdrolspelers. Mick Tanguy en Buck Danny waren beiden knappe, onfeilbare, correcte piloten. Ernest Laverdure vertoonde dan weer gelijkenissen met Buck Danny's bevriende collega Sonny Tuckson. Zij vertolkten, in een poging de ernst uit de serie te relativeren, de rol van onhandige losbol. Allemaal niet zo verwonderlijk natuurlijk, aangezien hun geestelijke vader een en dezelfde man was.
 
 
Milton Caniff
Langlopende luchtvaartreeksen verschenen er nadien nog amper. Vanaf de jaren negentig ging het eerder om minireeksen en one-shots. Daarbij viel op dat de aard van de verhalen verschoof, de hoofdrolspelers niet langer klassieke helden waren en historische feiten en romantiek voorrang kregen op spectaculaire luchtgevechten. Zo ook in De zeven dwergen van Marvano uit 1993. "Dat is geen oorlogsverhaal, maar een liefdesverhaal", beklemtoonde de auteur. "In oorlogstijd staan de mensen in een heel andere verhouding tot elkaar. Laat staan een stel, waarvan de een van de ene op de andere dag kan verdwijnen." Marvano dook in het tragische leven van piepjonge Britse piloten die 's nachts bombardementen uitvoerden boven Duitsland.
 
Berthet en Yann situeerden hun reeks Pin-up weliswaar in de Pacific in de periode dat Pearl Harbour werd aangevallen door de Japanners en de Tweede Wereldoorlog startte (waar ook Buck Danny in eerste instantie de mosterd haalde). Toch draaide het ook hier niet om luchtgevechten, maar wel om een liefdesgeschiedenis. De reeks is niet alleen een ode aan de pin-ups uit de jaren vijftig, maar evenzeer aan een Amerikaanse tekenaar die ook Victor Hubinon deels inspireerde voor Buck Danny: Milton Caniff. Hij leverde in 1934 met Terry and the pirates een van ‘s werelds  beroemdste realistische pilotenstrips af. De reeks dankte zijn succes aan het oorlogsrealisme, maar het werd duidelijk dat – net als bij Buck Danny – propaganda overheerste, al merkte Caniff zelf op dat het innemen van een standpunt nog iets anders was dan propaganda. Pin-up was anders. Het was eerder een reeks met een knipoog, benadrukten de auteurs, gebaseerd op komedies uit de jaren veertig en vijftig van filmakers als Ernst Lubitsch, Joseph Leo Mankiewicz en Frank Capra. De reeks refereerde ook naar de positie van de pin-up in de jaren vijftig, zoals onder meer voorgesteld door de Peruviaanse schilder Alberto Vargas. Ook de dubbelzinnigheid van de reclame en de zeden van Hollywood kwamen aan bod. "Ik had geen zin om oorlogsscènes te tekenen," zei Berthet, "maar ik vond het wel interessant om een aantal mechanismen van de reclame te laten zien, ook al is het niet het centrale onderwerp." Doorheen het verhaal zaten  elementen verweven  uit het leven van Milton Caniff. "Onze Milton is echter niet Milton Caniff," haastte Berthet zich nog, "maar als deze naam bij een aantal lezers een belletje doet rinkelen, des te beter. Dat geeft ons verhaal een toegevoegd realiteitsaspect."
 
Yann
Op die uitzonderingen na had de luchtvaartstrip lang stof liggen vergaren. Na de eeuwwisseling beleefde het genre echter een revival. Niet met een langlopende reeks, maar opnieuw met minireeksen of one-shots. Marvano breidde twee vervolgen aan zijn De zeven dwergen en herdoopte zijn verhaal als de Berlijn-trilogie. Yann, vanaf zijn kindertijd al dol op luchtvaart en piloten, trok alle registers open door plots de ene na de andere luchtvaartstrip uit te brengen. In Berentand bracht hij met de Belgische tekenaar Alain Henriet het verhaal van drie onafscheidelijke, door vliegtuigen gepassioneerde jonge vrienden in de jaren dertig. Wanneer de oorlog met rasse schreden dichterbij komt, moeten ze een keuze maken. Wie kiest uiteindelijk voor het Fliegerkorps, de luchtvaartafdeling van de Hitlerjugend? Andere luchtvaartreeksen van Yann zijn Edelweiss, met de loopgraven van Noord-Frankrijk en Vlaanderen in 1917 als triest decor. Met de Franse tekenaar van die reeks, Romain Hugault, maakte hij ook De nachtuil, dat zich afspeelde in de Tweede Wereldoorlog aan het Oostfront, waar de Duitse Luftwaffe zich heer en meester waant (waande?). In Mezek (2011) behandelde hij dan weer een controversieel thema. Daarin toonde hij hoe Joodse piloten van Hitlers Luftwaffe in 1948 de jonge staat Israël verdedigden. "Zodra je over Israël spreekt en de oorlog om de Palestijnse gebieden van eind jaren veertig, worden mensen bang. Het is nog altijd een heel beladen onderwerp. Uitgevers en ook tekenaars die ik erover aansprak, durfden zich er niet aan te binden." Uiteindelijk zou de Franse tekenaar André Juillard toezeggen.

Mezek was maar een van de scenario's over de luchtvaart(geschiedenis) die Yann jarenlang in zijn la had liggen. Slechts af en toe kon hij een uitgever overtuigen. Met leugentjes om bestwil.. "Twintig jaar heb ik tevergeefs zulke scenario's voorgelegd aan uitgevers, maar ik kreeg steeds maar te horen dat jongeren niet meer opkijken naar piloten", zucht hij. "Ze zouden een zwak hebben voor ijsberen of seriemoordenaars. Om mezelf te troosten heb ik in mijn reeks De onnoembaren (1980, red.) dan maar een B29-bommenwerper laten crashen in de jungle van Borneo. Het was het begin van een avontuurlijke zoektocht naar de vermiste piloten. Hetzelfde verhaal toen ik Pin-up probeerde te slijten. Ik heb ze overbluft, verteld dat ik de avonturen van een pin-up centraal zou zetten, maar die heb ik natuurlijk meteen ook gebruikt voor het pimpen van een B17-bommenwerper. Door zulke uitvluchten heb ik uiteindelijk dozen vol strips kunnen schrijven waarin mijn geliefde vliegtuigen zoals de B24 en B29 konden opduiken. Dat zal ze leren…" Dergelijke trucs waren na de eeuwwisseling niet meer nodig. De luchtvaartstrip beleefde toen immers een comeback, volgens Yann te danken aan de terugkerende interesse voor historische verhalen en aan de realistische en empathische manier waarop die werden geschreven en getekend.
 


Ballon Media België

Franklin Rooseveltplaats 12
2060 Antwerpen - België
T. +32 (0)3 294 15 00
F. +32 (0)3 294 15 01
E. info@ballonmedia.com

BTW BE 0425 148 327

Ballon Media France

15-27 rue Moussorgski
F-75018 Paris - France
T. +33 (0)1 70 38 56 00
F. +33 (0)1 70 38 56 02
© 2011 Development by BrainSolutions | Powered by KenticoCMS